Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Autisme is een stoornis van de hersenen die al vanaf de geboorte aanwezig is. Mensen met autisme nemen op een andere manier waar. Dit anders waarnemen heeft als gevolg dat er ook een andere betekenis kan worden gegeven aan de dingen.

De waarnemingen van mensen met autisme verloopt gefragmenteerd. Waarnemingen komen als losse puzzelstukjes in de hersenen aan, waardoor de samenhang zoek is. De puzzelstukjes moeten eerst aan elkaar gepuzzeld worden. Pas dan wordt het als geheel gezien en kan er ook betekenis aan worden gegeven.

Uitleg van PDD-NOS

Alles wat een mens hoort, ruikt, ziet, voelt en proeft zijn prikkels die hij door zijn zintuigen waarneemt. Deze zintuiglijke waarneming stuurt signalen naar de hersenen die daarop ons lichaam aansturen om in actie te komen.
Bijvoorbeeld: Je hoort de bel, dit signaal gaat via de hersens, waarop je reageert door op te staan en de deur te openen. Bij PDD-nos is het juist bij de overdracht van deze prikkels naar de hersenen dat er een storing optreedt, waardoor de informatie niet in zijn geheel maar in stukjes binnenkomt.

Dit wordt fragmentarische waarneming genoemd. Om het je wat makkelijker te kunnen voorstellen kun je ook spreken van puzzelstukjes. Door deze gefragmenteerde waarneming is het moeilijk om verbanden te zien ofwel de samenhang te zien tussen de onderlinge waarnemingen. Hierdoor is de wereld daarmee dan ook onvoorspelbaar en onduidelijk voor iedereen met PDD-nos.

Kinderen met PDD-nos kunnen zich als gevolg hiervan onveilig voelen. Om zich veilig te voelen ontlenen ze houvast aan details en steeds terugkerende handelingen of gewoontes. Door (plotselinge) veranderingen kunnen ze ook snel in paniek raken. Dit heeft gevolgen voor alle ontwikkelingsgebieden.

1. Kinderen met PDD-nos zien niet meteen het geheel. Ze zien alleen details en moeten puzzelen om van alle details een geheel te maken. Ze kijken als het ware met hun hand voor de ogen en zien maar stukken van het geheel. Ook horen ze losse woorden die eerst gepuzzeld moeten worden tot zinnen.

    >
  • >Zij kunnen het grote geheel daardoor niet overzien en hebben daardoor behoefte aan routines, controle en overzicht.
  • >Het is voor hen moeilijk om een eerder geleerde handeling toe te passen in een vergelijkbare situatie. De situatie moet tot in elk detail hetzelfde zijn willen ze dezelfde handeling uitvoeren.
  • >Zij zien een situatie als een opsomming van alle details.
  • >Zij denken in 1 op 1 relaties (een persoon, plaats of tijd kan onlosmakelijk aan een handeling of woord gekoppeld worden).

2. Kinderen met PDD-nos kunnen moeilijk hun zaakjes plannen en organiseren en hier flexibel mee omgaan, zoals:

    >
  • >Wat moet ik eerst doen en wat daarna?
  • >Ze zijn star in hun planning, als er iets tussen komt zijn ze op z'n minst van slag.

3. Kinderen met PDD-nos hebben vaak moeite om zich in de binnenkant van de ander te verplaatsen. Dat de ander plannen, ideeën, meningen en gevoelens heeft is ze vaak niet duidelijk. Laat staan dat ze er rekening mee kunnen houden. Daarnaast hebben zij ook moeite om hun eigen binnenkant te begrijpen en te verwoorden.

    >
  • >Hierdoor is er geen of een beperkte wederkerigheid in het contact, je kunt meer spreken van eenrichtingsverkeer.
  • >Dit geeft veel sociale problemen. Het is ook moeilijk om vriendschap te sluiten en te onderhouden.

10 Belangrijke Basisregels bij PDD-nos:

  1. >Wees voorspelbaar en duidelijk in communicatie!
  2. >Wees vriendelijk maar beslist in optreden.
  3. >Maak alles concreet. Beantwoord de vragen: wat, waar, met wie, hoe en wanneer.
  4. >Praat kort en duidelijk en zeg wat je wel wilt. Verbieden helpt niet, je kind moet weten wat het wel moet doen.
  5. >Bespreek dingen niet op inzicht of gevoel maar geef feitelijke uitleg. Ga niet in discussie.
  6. >!!!!!!! in plaats van ????? Geen vragen stellen. Lage stem gebruiken.
  7. >Ga ondertitelen, benoem wat je ziet!
  8. >Geef bedenktijd om informatie te verwerken.
  9. >Kom afspraken en beloftes nauwgezet na. Houd je aan de afgesproken tijd.
  10. >Baken dingen die uit de hand lopen af. Aangeleerde dingen kan je omkeren door duidelijkheid.

(Bron: Geef me de 5)

Korte uitleg over het syndroom van Asperger

Alles wat een mens hoort, ruikt, ziet, voelt en proeft zijn prikkels die hij door zijn zintuigen waarneemt. Deze zintuiglijke waarneming stuurt signalen naar de hersenen die daarop ons lichaam aansturen om in actie te komen.

Bijvoorbeeld: Je hoort de bel, dit signaal gaat via de hersens, waarop je reageert door op te staan en de deur te openen. Bij Asperger is het juist bij de overdracht van deze prikkels naar de hersenen dat er een storing optreedt, waardoor de informatie niet in zijn geheel maar in stukjes binnenkomt.

Dit wordt fragmentarische waarneming genoemd. Om het je wat makkelijker te kunnen voorstellen kun je ook spreken van puzzelstukjes. Door deze gefragmenteerde waarneming is het moeilijk om verbanden te zien ofwel de samenhang te zien tussen de onderlinge waarnemingen. Hierdoor is de wereld onvoorspelbaar en onduidelijk voor iedereen met Asperger.

Kinderen met Asperger kunnen zich als gevolg hiervan onveilig voelen. Om zich veilig te voelen ontlenen ze houvast aan details en steeds terugkerende handelingen of gewoontes. Door (plotselinge) veranderingen kunnen ze ook snel in paniek raken. Dit heeft gevolgen voor alle ontwikkelingsgebieden.

1. Kinderen met Asperger zien niet meteen het geheel. Ze zien alleen details en moeten puzzelen om van alle details een geheel te maken. Ze kijken als het ware met hun hand voor de ogen en zien maar stukken van het geheel. Ook horen ze losse woorden die eerst gepuzzeld moeten worden tot zinnen.

    >
  • >Zij kunnen het grote geheel daardoor niet overzien en hebben daardoor behoefte aan routines, controle en overzicht.
  • >Het is voor hen moeilijk om een eerder geleerde handeling toe te passen in een vergelijkbare situatie. De situatie moet tot in elk detail hetzelfde zijn willen ze dezelfde handeling uitvoeren.
  • >Zij zien een situatie als een opsomming van alle details.
  • >Zij denken in 1 op 1 relaties (een persoon, plaats of tijd kan onlosmakelijk aan een handeling of woord gekoppeld worden).

2. Kinderen met Asperger kunnen moeilijk hun zaakjes plannen en organiseren en hier flexibel mee omgaan, zoals:

    >
  • >Wat moet ik eerst doen en wat daarna?
  • >Ze zijn star in hun planning, als er iets tussen komt zijn ze op z'n minst van slag.

3. Kinderen met Asperger hebben vaak moeite om zich in de binnenkant van de ander te verplaatsen. Dat de ander plannen, ideeën, meningen en gevoelens heeft is ze vaak niet duidelijk. Laat staan dat ze er rekening mee kunnen houden. Daarnaast hebben zij ook moeite om hun eigen binnenkant te begrijpen en te verwoorden.

    >
  • >Hierdoor is er geen of een beperkte wederkerigheid in het contact, je kunt meer spreken van eenrichtingsverkeer.
  • >Dit geeft veel sociale problemen. Het is ook moeilijk om vriendschap te sluiten en te onderhouden.

10 Belangrijke Basisregels bij het syndroom van Asperger:

  1. >Wees voorspelbaar en duidelijk in communicatie!
  2. >wees vriendelijk maar beslist in optreden.
  3. >Maak alles concreet. Beantwoord de vragen: wat, waar, met wie, hoe en wanneer.
  4. >Praat kort en duidelijk en zeg wat je wel wilt. Verbieden helpt niet, je kind moet weten wat het wel moet doen.
  5. >Bespreek dingen niet op inzicht of gevoel maar geef feitelijke uitleg. Ga niet in discussie.
  6. >!!!!!!! in plaats van ????? Geen vragen stellen. Lage stem gebruiken.
  7. >Ga ondertitelen, benoem wat je ziet!
  8. >Geef bedenktijd om informatie te verwerken.
  9. >Kom afspraken en beloftes nauwgezet na. Houd je aan de afgesproken tijd.
  10. >Baken dingen die uit de hand lopen af. Aangeleerde dingen kan je omkeren door duidelijkheid.

(Bron: Geef me de 5)

Klassiek Autisme

Een Autisme stoornis (ASS) is het zuivere klassieke beeld van autisme, nl. de door Leo Kanner beschreven vorm van autisme. Iemand heeft een autisme stoornis als er sprake is van:

• Kwalitatieve beperkingen in het contact met andere mensen.
Sommigen houden zich volledig afzijdig. Anderen zoeken juist te veel contact, maar het blijft eenrichtingsverkeer. Voor beide groepen mensen met een ASS blijven andere mensen onvoorspelbare wezens, die ze niet echt kunnen begrijpen of aanvoelen.
• Kwalitatieve beperkingen in communicatie en taalgebruik.
Velen (vooral verstandelijk gehandicapten) spreken niet of nauwelijks, anderen praten wel, maar op een eigenaardige manier (stemgeluid, woordkeus, veel herhalingen). Sommigen zijn misleidend welbespraakt maar ook voor hen blijft het contact vaak eenrichtingsverkeer. Allen kunnen hun gevoelens moeilijk onder woorden brengen. Ook het verstaan en hanteren van gebarentaal en mimiek schept voor hen problemen en verwarring.
• Beperkingen in het verbeeldingsvermogen.
Mensen met een ASS hebben moeite zich een juiste voorstelling te maken van iets wat niet aanwezig is, van wat er gaat komen of van wat er is gebeurd. Ze hebben steeds "plaatjes" of eenvoudige teksten nodig om het zich voor de geest te kunnen halen. Zij kunnen zich moeilijk ergens op voorbereiden of iets verwerken. Zij hebben onvoldoende fantasie of een teveel aan fantasie, waardoor ze meegesleept worden in angstige gedachtespinsels.
• Een opvallend beperkt gebied van belangstelling, interesse en activiteiten.
Mensen met een ASS worden vaak slechts geboeid door één of twee voorwerpen, activiteiten of gedachten. Zij blijven hieraan kleven en kunnen vervallen in eindeloos herhalen van dezelfde handelingen, zoals open en dicht draaien van kranen, dezelfde muziek beluisteren, of het steeds maar blijven praten over een bepaald onderwerp (b.v. landkaarten of dinosaurussen).

MCDD

MCDD is de afkorting van de Engelse term Multiple Complex Developmental Disorder. In het Nederlands: Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornissen.

Deze stoornis wordt beschouwd als een variant van bepaalde autistische stoornissen. MCDD is nog niet officieel opgenomen in het algemeen gebruikte psychiatrisch handboek (de DSM), maar wordt als beschrijving van bepaalde psychiatrische problemen van kinderen al wel regelmatig door kinder- en jeugdpsychiaters gebruikt.

Regulatieproblemen
Hoewel MCDD wordt beschouwd als een variant van het autisme of PDD-NOS, staan bij kinderen met MCDD niet de contactproblemen op de voorgrond maar de problemen bij het reguleren van emoties en gedachten.

Een beetje angst ontaardt bij hen meteen in paniek, een beetje boosheid wordt razernij. Hun veel te sterke fantasie zorgt ervoor dat hun gedachten met hen op de loop kunnen gaan, waardoor fantasie en werkelijkheid niet meer uit elkaar worden gehouden.

Soms vertellen ze over 'stemmetjes' of 'mannetjes' in hun hoofd die hen regeren zonder dat ze zich daartegen kunnen verzetten. Het regulatiemechanisme, de innerlijke thermostaat die emoties en gedachten in evenwicht houdt, werkt bij hen kennelijk minder goed.

Zicht op sociale verhoudingen
Kinderen met MCDD nemen wel initiatieven tot contact met anderen, maar missen vaak het vermogen sociale verhoudingen goed te doorzien. In de geborgenheid en veiligheid van een één-op-één-relatie met een volwassene kunnen ze vaak redelijk functioneren. Het gaat mis zo gauw de situatie complexer of minder overzichtelijk wordt.

Op het schoolplein, in de winkel, op het verjaardagspartijtje, op het familiefeest ontsporen deze kinderen heel snel en reageren dan met angst of woede.