Syptomen en diagnose
ODD (oppositioneel-opstandige gedragsstoornis) is een afkorting van de Engelse term oppositional defiant disorder. Een kind met ODD heeft gedurende minimaal 6 maanden een patroon van negatief, agressief en opstandig gedrag laten zien. Volgens de DSM-IV-TR heeft een kind ODD als hij of zij voldoet aan 4 of meer van de onderstaande 8 criteria gedurende minimaal 6 maanden.

Het kind:
1. is vaak driftig;
2. maakt vaak ruzie met volwassenen;
3. is vaak opstandig of weigert zich te voegen naar verzoeken of regels van -volwassenen;
4. ergert vaak met opzet anderen;
5. geeft anderen vaak de schuld van eigen fouten of wangedrag;
6. is vaak prikkelbaar en ergert zich gemakkelijk aan anderen;
7. is vaak boos en gepikeerd;
8. is vaak hatelijk en wraakzuchtig.

Een kind met ODD heeft - thuis of bij mensen die het goed kent - last van woede-uitbarstingen, koppigheid, het is ongevoelig voor aanwijzingen van volwassenen, niet geneigd om een compromis te zoeken of te overleggen of zich te voegen naar volwassenen. Het kind vloekt vaak, heeft last van een lage eigenwaarde, is afstandelijk en heeft moeite om emoties te uiten. Het legt moeilijk contact, heeft last van stemmingswisselingen en heeft een lage frustratietolerantie. Deze kinderen tasten voortdurend grenzen af en zijn agressief.

Tips voor ouders met een kind met ODD
• Laat duidelijk merken dat je het opstandige gedrag niet accepteert. Geef daarbij ook aan welk gedrag je wél wilt zien van je kind.
• Probeer met behulp van een beloningssysteem het gewenste gedrag van het kind op te roepen. Door positief gedrag te benoemen, te oefenen, zelf te laten opschrijven wat goed gaat. Het ongewenste gedrag kan gestopt worden door begrenzing. Stel duidelijke regels aan het gedrag.
• Stel je kind verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag. Maak hem bewust van keuzes die hij maakt en bespreek deze. Bespreek ook alternatieven. Stel hem ook verantwoordelijk voor de gevolgen en vraag je kind hoe hij deze problemen denkt op te lossen.
• Je kind heeft problemen met het reguleren van zijn emoties. Probeer zijn gedachten te herstructureren, zodat dit beter gaat. Leg je kind uit dat hij het gedrag van anderen te negatief inschat.
• Leer je kind zich te verplaatsen in anderen: laat hem zien en ervaren wat het effect van bepaald gedrag op iemand is.